dr. Marja Aartsen
Theorieën zijn als brillen, waarmee je steeds op een andere manier naar de samenleving kijkt.
In de wetenschap bouwen we voort op de kennis van onze voorgangers. “Standing on the shoulders of giants”, noemde Isaac Newton dat ooit. Ook in de huidige sociologie komen ideeën van grote denkers terug; van Karl Marx en Max Weber tot 20e-eeuwse sociologen als Zygmunt Bauman en Anthony Giddens.
Wanneer studenten deze ideeën toepassen op de actualiteit, zoals tijdens 'Reuzen van de sociologie', merken ze dat een theorie gekleurd is door historische context waarin die is ontstaan. Theorieën vormen steeds andere brillen waardoor je naar de samenleving kan kijken. Je leert inzien dat geen van die brillen een volledige verklaring biedt.
Dat de werkelijkheid in elke tijd weer anders wordt gezien, vind ik nu juist zo interessant. Je leert daardoor je eigen denken relativeren en kritischer naar de samenleving kijken. Zijn we als individu vrij in ons handelen, of wordt ons gedrag bepaald door structuren, zoals de overheid en de economie? Deze vraag loopt als een rode lijn door het college.
Meer weten?
prof. dr. Marjolein Broese Van Groenou
Theorieën over sociaal kapitaal kunnen op vrijwel alle sociale problemen worden toegepast. Het leuke is dat de onderwerpen zo concreet en herkenbaar zijn.
Mensen, groepen, organisaties en landen zijn met elkaar verbonden. Wat die banden kunnen opleveren, noemen we sociaal kapitaal. In een hechte gemeenschap, zoals de Amish in de Verenigde Staten, delen mensen dezelfde normen en vertrouwen op elkaar. Open groepen komen meer in aanraking met de buitenwereld, waardoor ze nieuwe ideeën opdoen en sneller innoveren. Een combinatie van beide soorten contacten blijkt het meest succesvol.
Onderlinge banden worden beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen, zoals vergrijzing, etnische diversiteit of globalisering. In 'Social Capital and Networks' zien we dat theorieën over sociaal kapitaal op vrijwel alle sociale problemen kunnen worden toegepast. Het leuke is dat de onderwerpen zo concreet en herkenbaar zijn. Denk aan prestaties in het onderwijs, succes van verschillende groepen op de arbeidsmarkt en het functioneren van nieuwe democratieën.
Meer weten?
dr. Jasper Muis
Het leuke van methodologie is dat je met praktische feiten werkt. Je kan een goede vraag hebben, maar hoe doe je gedegen onderzoek om hem te beantwoorden?
Het leuke van methodologie is dat je met praktische feiten werkt. Je kan een goede vraag hebben, maar hoe doe je gedegen onderzoek om hem te beantwoorden? Bij 'Methodologie van sociaalwetenschappelijk onderzoek' behandel ik allerlei onderzoeksmethoden. Je kan bijvoorbeeld historische bronnen bestuderen, de inhoud van mediaberichtgeving analyseren, maar ook een enquête houden. Niet bij elke vraag past dezelfde onderzoeksmethode.
Studenten maken met een eigen onderzoeksvraag een geschikt plan van aanpak voor een onderzoek. Ook zijn ze wel eens op pad gestuurd om praktijkgegevens te verzamelen. Omdat ik ook statistiek geef, weet ik dat het even doorzetten is om cijfers samen te vatten en conclusies te trekken. Maar op een gegeven moment valt het kwartje en ontdek je dat je statistiek kan toepassen in je eigen onderzoek. Dat is meestal het moment waarop studenten enthousiast worden.
Ik gebruik vaak voorbeelden uit mijn eigen onderzoek; bijvoorbeeld naar de snelle opkomst van Pim Fortuyn. Door gebruik te maken van opiniepeilingen en mediaberichtgeving, ontdekte ik een zichzelf versterkend mechanisme: gunstige peilingen genereren meer media-aandacht, wat weer tot een stijging in de peilingen leidt. Ik bekijk nu of je dat ook ziet bij de PVV.
Meer weten?
drs. Boris Slijper
Ongelijkheid is niet vanzelfsprekend. Verschillen in kansen worden mede bepaald door sociaaleconomische ontwikkelingen.
Waarom verdienen vrouwen nog steeds minder dan mannen; of doen kinderen van allochtonen het minder goed op school? Sociologen stellen dit soort vragen. Niet alleen kansen, maar ook sociaaleconomische uitkomsten zijn vaak ongelijk. Daarom kijken we bij ‘Social Inequalities and the Welfare State’ ook naar de economische aspecten van actuele maatschappelijke vraagstukken. Wat betekent het bijvoorbeeld voor verschillende groepen mensen als er bezuinigd wordt op kinderopvang in het licht van een financiële crisis?
Hopelijk leren studenten door dit vak dat ongelijkheid niet vanzelfsprekend is, hoe die tot stand komt en welke invloed de verzorgingsstaat daarop heeft. Ik geef het vak samen met een collega van politicologie. Zij geeft aan dat de verzorgingstaat zich juist nu, in de economische crisis, kan bewijzen. Vaak wordt het tegendeel gedacht. Maar landen met een sterke verzorgingsstaat krabbelen sneller op uit de crisis dan andere landen. De gelijkheid tussen mensen is daar ook groter.
Meer weten?
dr. Peer Smets
Inzicht in de manier waarop verschillende partijen in projecten samenwerken maakt studenten na de studie interessant voor allerlei organisaties.
Tijdens ‘Beïnvloeden van maatschappelijke participatie’ kijk ik met studenten hoe mensen kunnen worden gemotiveerd om mee te doen aan de maatschappij; op de arbeidsmarkt, maar ook bijvoorbeeld in een vereniging of een buurthuis. De theorie passen we toe op praktijkvoorbeelden.
Organisaties werken in elke buurt en gemeenschap weer anders. Waardoor lukt het bewoners en overheid wel samen om een buurthuis in Amsterdam Oost open te houden, en werkt het in andere buurten of steden soms niet? Wat doet een buurtactie met een wijk; bijvoorbeeld een kunstenaarsinitiatief in de Kolenkitbuurt om samen met bewoners kippen te gaan houden?
Studenten komen dus de meest uiteenlopende vragen en situaties tegen. Ze vinden dat dit hen na de studie goed van pas zal komen. Ze leren kritisch kijken naar de manier waarop mensen samenwerken en naar de verschillende partijen die bij projecten betrokken zijn. Deze inzichten maken hen interessant voor gemeentelijke organisaties en andere instellingen.
Meer weten?
dr. Jacquelien van Stekelenburg
Samenwerking met maatschappelijke organisaties maakt je masterthesis relevant en versoepelt de weg naar de arbeidsmarkt.
Voor je masterthesis aan de VU Sociologie kies je een onderzoeksvraag uit de praktijk. Deze vragen worden aan het begin van het jaar voorgelegd door opdrachtgevers van buiten de universiteit; zoals welzijnsorganisaties, onderzoeks- en adviesbureaus, de politieacademie, gemeenten of belangenorganisaties en vakbonden. Je doet dus relevant onderzoek en legt alvast contact met potentiële werkgevers.
Studenten hebben bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar intolerantie op scholen, politieke participatie via sociale media, combineren van arbeid en mantelzorg, discriminatie door de politie en buurtparticipatie.
Hoewel elke student een individuele vraagstelling heeft, doe je per thema onderzoek in kleine groepen. Studenten vinden dat vaak prettig. Ze kunnen elkaar steunen, motiveren en van elkaar leren. Je eigen masterthesis kan daardoor worden verbeterd en makkelijker op tijd worden afgerond.
Meer weten?
dr. Geert de Vries
Als je eenmaal begrijpt hoe we onze werkelijkheid samen maken, kun je daar vrijer tegenaan kijken.
Sociale problemen horen bij samenleven. Ze worden met vallen en opstaan opgelost. Blijvende oplossingen, die van generatie op generatie worden overgedragen, noemen we instituties. Je kan daarbij denken aan de verzorgingsstaat, het koningschap en de democratie, maar ook zoiets als handen schudden. Zonder instituties zou een samenleving uit elkaar vallen.
Onze werkelijkheid maken we samen. Bij 'Instituties: de constructie van de werkelijkheid en wetenschap' leer je hoe instituties historisch worden gevormd en dat je dus vrijer tegen de werkelijkheid kunt aankijken.
Ook de wetenschap zelf is een institutie die in de loop der tijd is ontstaan. Vroeger nam men de toevlucht tot magie, godsdienst en misschien ook filosofie. We laten zien dat de sociale wetenschappen, zoals sociologie, politicologie, antropologie, communicatiewetenschap en organisatiewetenschap veel gemeen hebben. Zo leer je over de grenzen van je eigen discipline heen kijken.
Meer weten?